Terwijl AI-aandelen deze weken flink schommelen (de Nikkei verloor half oktober in één klap bijna 5 procent), gebeurt er iets opvallends aan de andere kant van de markt. Goud, het meest ouderwetse bezit dat er is, draait de laatste maanden juist weer op volle toeren. Beleggers die twijfelen over de houdbaarheid van de AI-rally zoeken hun toevlucht bij het edelmetaal, en dat is niet voor het eerst dit jaar. Wie goud alleen kent als iets voor je oma's trouwring, heeft 2026 gemist.
Het gekste beursjaar van goud in decennia
2025 was voor goud al een uitzonderlijk jaar: de prijs steeg met ruim 60 procent, het beste jaarrendement sinds 1979. Daarna ging het nog harder. Eind januari 2026 brak goud meerdere keren op rij een nieuw record, tot ruim boven de 5.500 dollar per troy ounce, aangewakkerd door oplopende spanningen tussen de VS en Iran en twijfels over de dollar.
Wat daarna gebeurde, haalde minder krantenkoppen dan de records zelf, maar was misschien wel het opvallendste. Op 30 januari 2026 kreeg goud de hardste klap in één handelsdag sinds 1983: de prijs zakte binnen een paar dagen met ongeveer 20 procent. Veel van die beweging kwam op het conto van beleggers die met leverage (geleend geld) in goud-ETF's zaten en massaal moesten verkopen toen de koers begon te kantelen. Een duidelijke les: ook een "veilige haven" kan hard schudden als iedereen gelijktijdig naar de uitgang rent.
Centrale banken blijven ondertussen gewoon doorkopen
Terwijl particuliere beleggers in- en uitstapten, deden centrale banken iets heel anders: ze kochten door, crash of geen crash. Wereldwijd voegden ze in 2025 meer dan 700 ton goud toe aan hun reserves, de grootste jaarlijkse toename sinds 1967, en dat tempo zette zich in 2026 door met honderden tonnen per kwartaal. De reden is niet geheim: landen als China en Rusland willen minder afhankelijk zijn van de Amerikaanse dollar, en goud is daarvoor het beproefde alternatief. Dat soort structurele vraag verdwijnt niet na één nerveuze beursweek.
Voor Nederlandse particulieren is er nog een praktisch punt: wie fysiek goud bezit, telt dat gewoon mee in box 3. Nu de nieuwe box 3 kleine beleggers extra hard raakt, is het slim om vooraf te rekenen wat een goudpositie je daadwerkelijk aan belasting kost, voordat je instapt.
Zo beleg je zelf in goud
Er zijn grofweg drie manieren om blootstelling aan goud te krijgen. De eerste is fysiek: munten of staven kopen bij een erkende handelaar en die zelf opslaan of bij een kluis onderbrengen. Voordeel is dat je het metaal echt in handen hebt, nadeel zijn de opslag- en verzekeringskosten en de hogere aan- en verkoopspread.
De tweede route is een ETF die fysiek goud aanhoudt. Die volgt de goudprijs vrijwel één op één, is goedkoop in de aankoop en past makkelijk in een bestaande beleggingsrekening. Let hierbij wel op het verschil tussen een ETF die het fysieke metaal in een kluis heeft liggen en een synthetische variant die met derivaten werkt: dat laatste type was juist een van de aanjagers van de scherpe daling in januari. Twijfel je nog of ETF's iets voor je zijn? Onze gids voor ETF beleggen als beginner legt de basis uit.
De derde optie is indirect: aandelen van goudmijnbedrijven. Die bewegen vaak heftiger dan de goudprijs zelf, omdat winstgevendheid afhangt van zowel de koers als de productiekosten. Hogere potentiële winst, maar ook een hoger risico.
De risico's die vaak onderbelicht blijven
Goud geeft geen dividend en geen rente. Je rendement komt volledig uit koersstijging, dus elke euro die in goud zit, verdient niets terwijl je wacht. Vergelijk dat eens met passief inkomen opbouwen met dividendbeleggen: daar werkt je geld voor je, ook als de koers even stilligt.
Daarnaast is de volatiliteit van januari 2026 een goede waarschuwing. Goud wordt al duizenden jaren gezien als waardevast edelmetaal, maar dat betekent niet dat de koers stabiel is. Op korte termijn kan goud net zo hard schommelen als een aandelenindex, vooral wanneer speculatieve en gehefte posities de markt domineren.
Hoeveel goud past eigenlijk in jouw portefeuille
De meeste vermogensbeheerders houden een vuistregel van 5 tot 10 procent goud aan als diversificatie, niet als hoofdbestanddeel van je portefeuille. Dat percentage dempt klappen wanneer aandelen onderuitgaan, zonder dat je volledig overgeleverd bent aan de grillen van één grondstof. Na de crash van januari weten we bovendien dat zelfs goud zelf die dempende rol soms tijdelijk kwijt is.
Het is verstandig om goud geleidelijk op te bouwen in plaats van in één keer in te stappen. Spreid de aankoop over een paar maanden, zodat je niet toevallig instapt op het moment dat er weer een piek wordt bereikt. Hetzelfde geldt voor de keuze tussen fysiek goud en een ETF: wie vooral rust zoekt, kiest voor het eenvoudigste product met de laagste kosten, niet voor de constructie die op papier het hoogste rendement belooft.
Wie nu, met de onrust rond AI-aandelen, voor het eerst naar goud kijkt, doet er goed aan klein te beginnen en vooral te kijken naar de fysiek gedekte ETF's in plaats van de meest verleidelijke gehefte variant. De beste reden om goud te bezitten is niet dat het dit jaar spectaculair presteerde, maar dat het zich historisch gezien anders gedraagt dan je aandelen op precies de momenten dat je dat nodig hebt.