Beleggen & Investeren

Nieuwe box 3 treft kleine beleggers het hardst

· 6 min leestijd

Op 12 februari 2026 stemde de Tweede Kamer in met de Wet werkelijk rendement box 3. Als de Eerste Kamer ook akkoord gaat, verandert per 1 januari 2028 alles voor iedereen met spaargeld of een beleggingsportefeuille. Geen forfaitaire berekeningen meer, maar belasting over wat je werkelijk verdiende. Dat klinkt eerlijker, en voor grotere vermogens is het dat ook. Voor kleinere beleggers pakt het anders uit.

Hoe box 3 nu werkt

In 2026 hanteert de Belastingdienst een fictief rendement: 6,03% op beleggingen. Ongeacht wat je portefeuille daadwerkelijk deed, gaat het belastingkantoor daarvan uit. Over dat fictieve bedrag betaal je 36% belasting. Een portefeuille van €50.000 levert volgens dit systeem een fictief rendement op van €3.015, waarvan je €1.085 afdraagt, of je nu 25% koerswinst had of 10% verlies leed.

De beschermende grens daartegen is het heffingsvrije vermogen: €59.357 in 2026. Blijf je daaronder, dan betaal je geen box 3-belasting. Die grens verdwijnt straks volledig.

Werkelijk rendement vanaf 2028

Het nieuwe systeem kijkt naar je daadwerkelijke opbrengst: ontvangen dividend, rente, huurinkomsten en jaarlijkse koerswinst. Het heffingsvrije vermogen van bijna €60.000 maakt plaats voor een belastingvrij rendement van €1.800 per persoon per jaar. Verdien je meer, dan betaal je 36% over het meerdere.

Voor iemand met een grote portefeuille die nu fors boven het forfaitaire rendement van 6% uitkomt, kan dit gunstig uitpakken. Maar de meeste particuliere beleggers zitten niet in die categorie.

Belasting over winst die je nog niet hebt verzilverd

Het meest omstreden onderdeel van de nieuwe wet is de belasting over ongerealiseerde koerswinst. Als jouw beleggingen in 2028 stijgen van €30.000 naar €34.500, beschouwt de Belastingdienst die €4.500 waardevermeerdering als belastbaar rendement, ook als je geen enkel aandeel hebt verkocht.

Dat kan voor liquiditeitsproblemen zorgen. Stel dat je portefeuille in 2027 hard daalt en in 2028 gedeeltelijk herstelt. Je betaalt belasting over dat herstel, terwijl je per saldo amper rendement maakte. Er is wel een verliesdrempel van €500: de eerste €500 aan verlies mag je niet verrekenen. Voor kleine portefeuilles is dat een flinke rem.

Dividend wordt straks ook meegeteld als werkelijk rendement. Lees ook waarom dividendbeleggen als strategie voor passief inkomen door de nieuwe wet wat anders gaat uitpakken dan voorheen.

Kleine beleggers betalen eerder mee

De overstap van een heffingsvrij vermogen van €59.357 naar een belastingvrij rendement van €1.800 klinkt technisch, maar treft kleine beleggers hard. In het huidige stelsel hoef je pas mee te betalen als je vermogen boven die grens uitkomt. In het nieuwe stelsel betaal je zodra je rendement de €1.800 overstijgt, ongeacht hoe klein je portefeuille is.

Wie €15.000 belegd heeft en 8% rendement haalt, had in 2026 niets te betalen. Na 2028 loopt over €1.200 van dat rendement gewoon belasting. Dat klinkt bescheiden, maar over een lange horizon werkt het fors door. Berekeningen laten zien dat het gemiddelde jaarrendement van zo'n 7,9% op aandelen na de nieuwe box 3 daalt naar ongeveer 5,5% netto. Dat verschil stijgt over twintigmaal zo lang investeren sterk op, zoals je kunt zien in dit artikel over wat twintig jaar beleggen met €1.000 oplevert.

Grote vermogens die nu al slechter af zijn onder het forfaitaire systeem, omdat ze meer verdienen dan die fictieve 6%, gaan er in veel gevallen juist op vooruit. Het is een omgekeerde progressiviteit, en dat verklaart de brede ophef rondom de nieuwe wet.

Wat je nu al kunt doen

De wet gaat pas in 2028 in als ook de Eerste Kamer akkoord gaat. Maar de politieke richting staat vast, en twee jaar is minder lang dan het lijkt. Een aantal overwegingen die op dit moment actueel zijn:

  • Winsten nemen voor 2028 - koerswinst realiseren terwijl het heffingsvrije vermogen nog hoog is, kan voordelig uitpakken
  • Fiscaal partnerschap - als fiscale partners verdubbel je de vrijstelling naar €3.600 belastingvrij rendement per jaar
  • Pensioenbeleggingen - producten die buiten box 3 vallen, zoals lijfrentes of pensioenrekeningen, worden aantrekkelijker
  • Goede administratie - in het nieuwe systeem moet je aankoopprijzen, transacties en dividendbetalingen zorgvuldig bijhouden voor de jaarlijkse aangifte

Als je overweegt te beginnen of verder te bouwen aan je portefeuille: ETF's zijn populair vanwege lage kosten en brede spreiding, wat helpt om rendement te maximaliseren ondanks de hogere belastingdruk die eraan komt.

Twee jaar om je voor te bereiden

De nieuwe box 3 is niet het einde van beleggen als particulier, maar het systeem verschuift fundamenteel. Wie nu zijn strategie aanpast aan de veranderende belastingregels, staat straks sterker dan iemand die in 2028 verrast wordt. Het loont om je eigen situatie door te rekenen of daarvoor een fiscalist te raadplegen, zeker als je portefeuille groeit en de vrijstelling van €1.800 jaarlijks rendement al snel binnen bereik komt.

S
Geschreven door Sander Kuijt Beleggen redacteur

Sander werkte ruim tien jaar in de financiële sector, waar hij ontdekte dat het meeste jargon alleen maar bestaat om simpele dingen ingewikkeld te laten klinken. Op een feestje legde hij een keer het verschil tussen aandelen en obligaties uit aan zijn schoonmoeder, en iedereen aan tafel luisterde mee, dat was het moment waarop hij besloot financieel schrijver te worden. Hij maakt beleggen begrijpelijk voor mensen die geen MBA hebben en geen zin hebben om zich door droge rapporten heen te worstelen. Zijn stukken over ETF's, indexfondsen en marktontwikkelingen zijn helder, nuchter en zonder verborgen verkooppraatje. Sander gelooft dat financiële geletterdheid een basisrecht is en dat niemand zich dom hoeft te voelen omdat hij niet weet wat een P/E-ratio is.